Maandag 29 november 2004 - Browns Bluff en de Erebus en Terror street
Uitzonderlijk (normaal gebeurd dit pas om
7u30) weerklinkt omstreeks 6u50 via het infokanaal van onze telefoon de
stem van de expeditieleider Thomas Holik om te melden, wat wij reeds
wisten van onze nachtelijke ervaring, maar ook om ons te laten weten dat
er voor de boeg van het schip een groep orcas zwommen. Vermits ik dit
voor geen geld ter wereld wou missen stond ik slechts 3 minuten later
onder de staalblauwe hemel met mijn verrekijker de school orcas te
bewonderen.
Het waren 8 volwassenen met een heleboel kalfjes. Om de beurt kwamen er
kleine groepjes boven. Ze leken wel een spelletje met het schip te
spelen, want de Nordnorge ging er gedurende ruim 30 minuten achteraan en
bleek in rondjes te moeten varen. Niets is de bemanning te veel om ons
de pracht van de natuur te laten zien.
Sorry hoor, maar als ik dit schrijf zijn
we dinsdagavond en zijn we in een zeer woelige open zee met 8 beaufort
op weg naar Elephant Island, op de noordelijke tip van de Anatarctische
archipel. Ondanks de acupressuur bandjes voel ik het schip maar al te
goed in het binneste van mijn lichaam te keer gaan. Morgen meer
daarover. Ondanks mijn goede voornemens zal ik het relaas van maandag
noodgewongen pas morgen kunnen doorsturen.
Vervolg
Na het ontbijt gaan we aan wal op een klein
strand dat men Browns Bluff genoemd heeft. Elk stuk Antarctica waar men
aan wal kan gaan heeft een naam, want naar schatting zijn 99,5% van de
kustlijn ofwel zeer steile rotswanden of zijn gletsjertongen die op elk
moment kunnen in zee storten. Je gelooft echt je ogen niet als je dit
allemaal ziet.
Vanuit het venster van het restaurant
hadden we al enkele pinguins waargenomen. Eens aan land kwamen we in een
kolonie van enkele honderden Adelie pinguinparen terecht. U zal dan
allicht zeggen weeral pinguins. Ja maar .... zij zaten allemaal op
stenen nesten hun eieren uit te broeden. En die pinguins hebben absoluut
geen schrik van de mensen. Op Antarctica zijn er immers geen
landroofdieren zoals aan de noordpool. Beren en vossen komen hier niet
voor. Een pinguin moet alleen bang hebben vanuit de zee (een walvis en
een tijgerrob vinden een pinguin een lekker hapje) of vanuit de lucht
(de skuas - een soort Albatros - probeert voortdurend pinguins langs
alle kanten aan te vallen, doch de pinguins laten zich niet doen en
steken hun spitse bek voortdurend dreigend in de lucht. Het kadaver van
een 's morgens gedode pinguin ligt op een rots in het zonnetje als een
stille getuige van het voorgaande.
De setting is ook indrukwekkend. De
donkere vulkaankraterkleuren steken schril af tegen de azuurblauwe
hemel.
In de Browns Bluff kolonie nesten naast
de Adelie pinguins ook enkele tientallen Gentoo pinguins. Een pinguin
legt steeds 2 eieren die om de 7 dagen door een van de partners
uitgebroed wordt. Terwijl de ene partner de eieren uitbroedt gaat de
andere voor een weekje de zee in om zich vet te eten. Eind maart (het
einde van de Anatractische zomer) zijn de kleintjes groot genoeg om mee
de zee in te gaan en verdwijnen ze tot de volgende lente in de grote
oceanen. De Antarctica pinguins leven dus ruim 7 maand in de oceanen en
komen slechts op vaste grond om zich voort te planten.
John Jardine, onze Canadese bioloog
-voordrachtgever, had tijdens de eerste Nordnorge cruise in november
iets meegemaakt waar hij nog steeds in vervoering over was.
Tijdens een landing (het aan wal gaan
noemt men een landing) op één van de eilanden merkte hij dat er zich in
de oceaan voor de kolonie plots duizenden pinguins aan het verzamelen
waren. Op dat ogenblik was de kolonie bevolkt met enkele honderden
paren. Plots kwamen die duizenden en duizenden pinguins allemaal uit het
water en begonnen op de vaste grond een broedplaats te zoeken. Slechts
weinig biologen zullen dit ooit meegemaakt hebben merkte hij fier op.
Hij kon ons ook enkele foto's tonen van een eerst quasi lege plaats die
nadien zwart zag van de aanstormende pinguins.
Nog iets merkwaardigs bij pinguins is het
stelen van steentjes. Geen enkele wetenschapper is er al achter gekomen
waarom dit precies gebeurd, maar de pinguins houden ervan om in de
naastgelegen nesten steentjes te gaan stelen en die dan elders te gaan
neerleggen (het hoeft zelfs niet in hun eigen nest te zijn). Een
wetenschapper had enkele jaren geleden, voor de aankomst van de pinguins,
een groot aantal steentjes van 1 bepaald hoopje blauw gekleurd, en vond
de steentjes enkele weken later terug in honderden nesten!
Tussen de pluimen van de buik is er een
vouw waar de 2 eieren precies in passen om ze warm te houden. De
pinguins verlaten hun eieren nooit, want anders zouden ze allicht snel
afsterven maar nog sneller opgegeten worden door de steeds aandachig
rondvliegende skuas die dit een lekkernij van jewelste vinden.
Dit was weer even genieten !!
Terug aan boord voor ons middagmaal. 's
Middags is er steeds een free seating en een ruim buffet waar de
visgerechten in de meerderheid zijn. Maar ook de zoetigheden vinden
gretige afnemers. Het leuke aan de free seating is dat men steeds bij
andere mensen aan tafel kan gaan zitten. Ik heb zelden in mijn reizend
verleden zulke interessante mensen van alle pluimage ontmoet als tijdens
deze cruise.
In totaal zitten er een 15 verschillende nationaliteiten aan boord met
als gezamelijke interesse : de liefde voor de ongerepte natuur en voor
het prachtige Antarctica. En wij Vlamingen en Nederlanders zijn zo
polyglot dat we met quasi iedereen een babbeltje kunnen slaan. Wat een
comfort. De voordrachten worden in 3 talen gegeven (Engels, Duits en
Spaans) en zijn zeer populair. Ik wou dat er tijdens elke cruise
dergelijke voordrachten zouden plaatsvinden, ik ben er in elk geval een
fervent supporter van.
Tussendoor zie je de mensen in de comfortabele zetels gepassioneerd Antarctica boeken lezen.
Nog tijdens de lunch is iedereen opnieuw
aan boord en wordt het anker gelicht. Deze namiddag staat er een
sightseeing van de Antarctica Sound op het programma met een rondvaart
van Paulet Island. Niemand weet uiteraard wat daarvan moet verwacht
worden. Een sightseeing met een cruiseship !!! Om een en ander in zijn
juiste context te plaatsen moet ik jullie er wel aan herinneren dat we,
gezien we niet de De Gerlache straat konden bevaren, we een alternatief
programma aangeboden krijgen. De expeditiestaff vindt dat helemaal niet
erg omdat er nu voor hen ook een heleboel nieuwe dingen te beleven zijn.
Volgens Thomas Holik zouden we met wat
geluk misschien wat Tabular ijsbergen kunnen zien. Dit was dan wel het
understatement van de dag. De engte (lees een kanaal van enkele kms
breed) lag vol met gigantische ijsbergen die door de stroming vanuit de
Weddell Sea naar de open oceaan gedreven worden. Alweer een nieuw
hoogtepunt waar ik mij nauwelijks aan verwacht had.
De eerste ijsberg die we in de Drake Passage tegenkwamen leek nu wel op
een sneeuwbal. Alleen al het aanschouwen van deze ijsmonsters is iets
dat zijn gelijke niet kent in een mensenleven. Alle monden vallen open
van verbazing van zo veel indrukwekkende schoonheid. Elke ijsberg is wel
iets speciaals. Sommige hebben onregelmatige oppervlakten, anderen zijn
precies rechthoekig en lijken net in de fabriek afgezaagd te zijn.
Helaas kan ik jullie nu al laten weten dat je dit niet kan overbrengen
op een beeld. Men moet dit gewoon met eigen ogen kunnen waarnemen.
Sommige ijsbergen zijn verlaten, op andere ligt dan weer een zeeleeuw in
het zonnetje te soezen of staan er enkele pinguins op.
Op een kleinere ijsschots staat welgeteld 1 pinguin.
Het schip kwam alsmaar dichter bij het ijs gevaren en je zag de schrik
van de pinguin als het ware in zijn ogen. Gefascineerd stond hij met
angstige ogen naar het metalen monster te kijken, om op een bepaald
ogenblik zijn verstand te laten zegevieren en veiligheidshalve in het
water te glijden. En met dergelijke verhalen zou ik nog een tijdje
kunnen doorgaan !!
Op een bepaald ogenblik liggen er zo veel
ijsbergen dat er geen doorkomen meer aan is. We zullen naar onze
sightseeing bestemming (het Paulet eiland) via een ander Channel moeten
varen. Ook daar reuzegrote ijsbergen, de ene al mooier geboetseerd dan
de andere. Wat een onbeschrijflijke schoonheid. Wij lijken wel in een
IMAX bioscoop te zitten. Vanop het 7de dek hebben we het gevoel dat we
de ijsmassas bijna kunnen aanraken. Af en toe bonkt er een ijsbrok tegen
de boeg van het schip.
We naderen Paulet eiland, een uitgedoofde
vulkaan, die met zijn sierlijk silhouet een monument lijkt te zijn om
uit de grote oceanen de Antarctica Sound binnen te varen. Hier staat een
kleine hut waar een van de helden van de heroïsche dagen, de Noor
Nordenskold, noogedwongen de winter had doorgebracht en het er alsnog
levend vanaf gebracht heeft.
Vanop enkele honderden meter lijkt het een dorre woestenij waar alleen
lavastenen op te zien zijn. Had ik niet stenen gezegd. Oh ja, stenen dat
is toch iets voor pinguins niet ? Met alle aandacht voor de Nordemkjold
hut, die nu door de Noren afgebakend werd met een een hek (foei, een hek
op Antarctica) was men er bij vergeten te vertellen dat het hek er tegen
de pinguins gebouwd was en niet om de mensen tegen te houden. Bij nader
toezien zaten er op de landtong en op de hellingen HONDERDDUIZENDEN
pinguins op steenhoopjes hun eieren uit te broeden. Volgens onze bioloog
ging het om één van de grootste Adelie pinguinkolonies in Antarctica.
Weeral alle monden open van verbazing. En ik die, de woorden van Marc
Verwilghen indachtig, al blij geweest zou zijn met 10 pingiuns. Onecht,
onbeschrijflijk, indrukwekkend, enz. enz.
Na een rondje op Paulet eiland terug van
waar we gekomen waren, nl de Antarctica Sound in, opnieuw langs de grote
mooie ijsbergen. Tot tweemaal toe houden we, bovenaan in het
uitzichtsalon van de 7de verdieping, ons hart vast omdat het schip recht
op een grote ijsberg afstevent (en als wij al schrik krijgen wil dat wat
zeggen, want we zijn al lang gewoon dat we slechts een tien tot twintig
meter naast de grootste ijsbergen laveren). Met een scherpe bocht die
iedereen in het schip een kreet doet slagen ontwijken we de ijsbergen
nog net. We beseffen wel dat de bemanning precies weet wat ze doet en
niemand in gevaar wil brengen, maar de visuele gewaarwording is wat ze
waard is, en in dit geval is dat angst. Tenslotte is de ijsberg nog 8
keer groter dan hetgene wij waarnemen.
Inmiddels is op een half uurtje het weer
compleet omgeslagen en de blauwe hemel heeft plaats gemaakt voor de
eerste wolken. Dit gaat gepaard met windsnelheden van ruim 100 km per
uur. Zij beuken op de zijkant van de Nordnorge en doen het schip sterk
naar 1 zijde overhellen. Niemand die zich daar nog iets van aantrekt, we
zijn inmiddels al echte zeemensen geworden.
Elk gesprek tussen mensen begint steevast
met de woorden : onvoorstelbaar mooi he.
Iedereen beseft dat het mooie Antarctica,
dat gedurende 2 blauwe hemeldagen, zo veel van zijn schoonheid
prijsgegeven heeft, wel eens tijdens de volgende dag in slecht weer zou
kunnen gehuld worden. Onze reis is alvast al voor 850% geslaagd en echt
erg vinden we dit al lang niet meer.
Vannacht zal ik nogmaals van ijsbergen
dromen, maar dan in combinatie met het slechte weer. Als geboren
positieveling laveren wij door alles heen, maar ik kan mij bij minder
positieve dromers andere hallucinate scenarios voorstellen.