Maandag 22 november 2004 - Puerto Eden
Als ik 's morgens door de patrijspoort kijk,
zie ik opnieuw een klein beetje blauwe lucht, een hoopvol teken in deze
onherbergzame wereld waar regen de standaard is. We varen door mooie
fjorden met besneeuwde heuveltoppen. Alhoewel de fjorden op het eerste
zicht vrij breed lijken te zijn, is de bevaarbare corridor dat vaak niet
en moet het schip zich aan een zeer strict vaarschema houden. Als stille
getuige van deze stelling ligt wat verderop het roestend scheepswrak van
een vrachtschip eens beladen met suiker. Na het ontbijt consulteer ik
even mijn Email en moet ik helaas vernemen dat er met de informatica in
Mechelen een probleem is. Ik merk al gauw dat de communicatie via Email
toch niet is wat het moet zijn en besluit om noodgedwongen de thuisbasis te
telefoneren. Ik verwacht mij aan een peperdure telefoonkaart, maar tot
mijn grote verbazing blijkt dit erg mee te vallen. 39 minuten
telefoneren per satelliet naar een vast toestel in Vlaanderen kost
slechts 11 euro, wat zelfs goedkoper is dan een GSM gesprek tijdens de
piekuren in Vlaanderen. De purser vertelde mij dat dit verleden jaar met
de iridium satelliet nog 3 keer duurder was. Leve de nieuwe goedkopere
satellieten.
Rond de middag bereiken we Puerto Eden,
een klein vissersdorp met nauwelijks nog 200 inwoners. Het waren er
enkele jaren geleden nog meer dan 500, doch een mosselziekte (zowat de
enige economische bedrijvigheid) maakte van dit dorp bijna een
spookstad. De ziekte schijnt evenwel bedwongen te zijn en de mosselkweek
zou opnieuw kunnen beginnen, doch ik vrees dat de betere tijden niet
meer zullen terugkeren. Immers, in een straal van 100 km woont geen
levende ziel meer, dus alleen al het transport van de gekweekte mosselen
naar de bewoonde wereld moet handenvol geld kosten.
Na de lunch worden we met kleine bootjes
aan wal gebracht. Om dit georganiseerd te kunnen laten gebeuren heeft
men de opvarenden ingedeeld in groepen die om beurten afgeroepen worden.
Dringen is er dus gelukkig niet bij. Ik ben bij de 9e groep ingedeeld en
zal dus nog even moeten wachten tot ik aan de beurt ben. Het dorp zelf
bestaat uit enkele tientallen huisjes die met een houten loopgang met
mekaar verbonden zijn. De houten loopgang, die bij nat weer bijzonder
glad kan zijn, is volgens mij een eis van de cruiseboten geweest om hier
aan land te komen. Om de enkele tientallen meters staat er een klein
stalletje waar de lokale bevolking zijn, met de hand, gemaakte prullaria
aan de rijke toeristen probeert te verkopen voor nauwelijks 1 of 2
dollar. Ik ben er van overtuigd dat de Antarctica reizigers finaal dit
dorp zullen in leven houden. Naast even de benen strekken op de
loopgang, heeft men op de top van de heuvel de lokale flora uitgeroepen
tot botanische tuin, door zijn eenvoud toch bijzonder lieflijk.
Nadat we allemaal terug aan boord zijn,
zou het schip normaal meteen vertrekken, doch het vervangen van enkele
electronische besturingskaarten in de machinekamer duurt aanzienlijk
langer dan gepland. Omstreeks 18 uur varen we dan toch eindelijk door
naar de volgende bestemming.